Site pictogram BioGezond: infoblad over gezond leven

Essentiële olie van witte tijm: zacht maar efficiënt

In de aromatherapie nemen de essentiële oliën van tijm een prominente plaats in. Hun eigenschappen en toepassingen worden hierbij voor een groot deel bepaald door het ‘chemotype’ of de belangrijkste component die in de betreffende tijmolie zorgt voor de werkzaamheid. In dit bestek stellen we de essentiële olie van tijm met het chemotype ‘thujanol’ voor. Deze olie wordt ook ‘witte tijm’ of ‘zachte tijm’ genoemd, want ondanks haar krachtige antimicrobiële werking, wordt ze doorgaans goed en beter verdragen dan de andere tijmoliën.

Even voorstellen

Echte tijm (Thymus vulgaris) is een altijdgroene, overblijvende en aromatische plant, die zich als een laag, kruipend struikje (tot 45 cm) voordoet. Ze draagt op haar taaie, houtige en kronkelige takjes kenmerkende kleine, lijnvormige, grijsgroene blaadjes, die onderaan wit viltig zijn. Echte tijm is inheems in het Middellandse Zeegebied, maar is inmiddels overal in gematigde en subtropische streken ingeburgerd. In het wild tref je ze bij voorkeur op een droge, arme en verwilderde grond, die stenig tot rotsig mag zijn. Ze verkiest een standplaats in de volle zon tot op een hoogte van 1500 m. Van echte tijm CT thuyanol heb je tot 150 kg van de bloeiende toppen nodig om 1 L van een doorzichtige, lichtgele en vrij vloeibare essentiële olie op te leveren met een warme, krachtige en kruidachtige geur.

Belangrijke inhoudsstoffen

Monoterpenolen (50 %): (+)-trans-thujanol-4 of kortweg “thujanol”(15 %), terpinen-1-ol-4 (17.6 %), cis- myrceen-8-ol (12,5 %), alfaterpineol; Monoterpenen: vooral gammaterpineen (9 %), alfaterpineen (5 %) en myrceen (2,2 %); ook: limoneen, sabineen, alfapineen; Sesquiterpenen: bètacaryophylleen (2,5%)

Belangrijkste eigenschappen en indicaties; toepassingen

Witte tijm wordt vooral oraal ingezet en lokaal op de huid toegepast; deze olie wordt minder geïnhaleerd en niet verstoven.

Mobiele versie afsluiten